Volkswagen Typ 14A Hebmüller

Volkswagen Typ 14A Hebmüller

(1950)

FR

Ayant déjà traversé pas mal de choses dans leur vie, les hommes de l’armée d’occupation britannique froncent à peine un sourcil lorsque leur commandant tant soit peu excentrique, Charles Radclyffe, s’amène au volant d’une voiture remarquable au toit ouvrant en toile. La voiture bombée a été construite sur ordre du major Ivan Hirst, en charge de l’usine Volkswagen saisie par les vainqueurs. Le major moustachu imagine alors un bel avenir pour la Volkswagen Coccinelle. Au lieu de démanteler l’usine, il y fait construire en 1946 deux cabriolets sur un châssis de Coccinelle : une quatre-places et la deux-places susmentionnée du colonel, qui reçoit le surnom de « Radclyffe Roadster ».

Deux ans plus tard, Volkswagen décide de mettre les deux modèles en production. La carrosserie de la quatre-places vient de Karmann, la construction de 675 deux-places est confiée à Hebmüller, à la demande expresse du propriétaire Joseph Hebmüller jr en personne. La Volkswagen Typ 14 A sera disponible en différentes combinaisons de couleurs, avec des sièges en cuir brun et un strapontin derrière. Un signe de luxe et de modernité était la radio à boutons encastrée de Telefunken. Mais à peine l’encre sur le contrat a-t-elle le temps de sécher que le mauvais sort frappe. Au petit matin du 23 juillet 1949, l’atelier de Wülfrath près de Wuppertal est détruit par le feu. Des négociations sur une poursuite de commande et des droits d’auteur tombent à l’eau et Hebmüller réduit drastiquement la production. Finalement, il ne sort que 693 exemplaires du Typ 14 A de l’usine. N’ayant en fait jamais surmonté l’incendie, Hebmüller met la clé sous le paillasson en 1952. Une fin silencieuse, longtemps avant que les Volkswagen bicolores ne se fassent très désirer par les collectionneurs.

À peine un peu moins de cent Hebmüller ont survécu aux outrages du temps. Parmi elles, cette handicapée, sans phares et un pare-chocs. C’est un des 319 véhicules fabriqués en 1950. Ivan Mahy l’a acheté au milieu des années 1970, de Werner Schaub, un fabricant de textile dans le petit village suisse de Vordemwald, qui possède une modeste collection de voitures. Les Schaub ont fait la connaissance de Ghislain Mahy à l’occasion d’un rallye et il leur arrive de temps à autre de réserver une auto intéressante pour leur ami gantois. Mahy paie 1 000 chf pour la Hebmüller, même pas une fraction de sa valeur actuelle.

Auto  Volkswagen
Modèle/type  Typ 14 A
Carrosserie  Hebmüller
Année de construction  1950
Couleur  Brun-vert
Moteur  4 cylindres à refroidissement à air
Cylindrée  1131 cm³
Boîte de vitesses  Manuelle

EN

After five years of war and five years of keeping the Russians at bay, the men of the British army of occupation in Germany were used to seeing some pretty unusual things. So no one batted an eyelid when their eccentric commander, Charles Radclyffe, drove into camp in his funny little car with a retractable roof. The car had been made on the instructions of Major Ivan Hirst, who was in charge of the requisitioned Volkswagen factory. The moustachioed major saw a bright future for the Beetle model. With this in mind, in 1946 he had two prototype cabriolets built on a Beetle chassis: a four-seat version and the above-mentioned two-seater for the colonel, which became known as the ‘Radclyffe Roadster’.

Two years later, Volkswagen decided to put both models into production. The coachwork for the four-seater was ordered from Karmann; for the two-seater it came from Hebmüller, at the explicit request of the owner himself, Herr Joseph Hebmüller Jr. The Volkswagen Type 14A was available in different colour combinations, with brown upholstery and a collapsible rear seat. However, its most luxurious and most innovative feature was undoubtedly the built-in push-button radio from Telefunken.

But then disaster struck. On 23 July 1949, the Hebmüller factory at Wülfrath near Wuppertal burnt down. Protracted negotiations with the VW management in Wolfsburg for a follow-up order and discussions about property rights caused Hebmüller to scale back production drastically. In four years, just 693 Type 14As rolled through the factory gates. The company never recovered fully from the fire and went out of business in 1952. A sad and quiet end for the two-tone Volkswagen that was later destined to become a ‘must-have’ for collectors. It is thought that only a hundred or so Hebmüllers have survived, including this battered model without headlights and bumper. It is one of the 319 cars made in 1950. Ivan Mahy bought it in the mid-1970s from Werner Schaub, a textile producer from the Swiss village of Vordemwald, where he had a modest car collection of his own. The Schaubs had met Ghislain Mahy at a rally some years earlier and since then had kept an eye open for cars that might interest their friends in Ghent. Mahy paid 1,000 Swiss francs for this Hebmüller, a fraction of what it is now worth.

Make  Volkswagen
Model/type  Type 14A
Coachwork  Hebmüller
Construction year  1950
Colour coachwork  Brown/green
Engine  4-cylinder, air-cooled
Displacement  1131 cc
Gearbox  Manual

NL

De manschappen van het Britse bezettingsleger waren wel wat gewoon en keken dus nauwelijks op toen hun excentrieke overste Charles Radclyffe in een merkwaardige auto met klapdak kwam aanrijden. Het bolle karretje was gebouwd in opdracht van majoor Ivan Hirst, die de leiding had over de ingepalmde fabriek van Volkswagen. De besnorde majoor zag een mooie toekomst voor de Volkswagen Kever. In plaats van de fabriek te ontmantelen liet hij in 1946 twee cabriolets bouwen op het onderstel van de Kever: een vierzitter en de bovenvermelde tweezitter van de kolonel, die de bijnaam ‘Radclyffe Roadster’ kreeg.

Twee jaar later besloot Volkswagen beide modellen in productie te brengen. De carrosserie van de vierzitter kwam van Karmann, de bouw van de 675 tweezitters ging naar Hebmüller, op uitdrukkelijk verzoek van eigenaar Joseph Hebmüller jr. zelf. De Volkswagen Typ 14A zou in verschillende kleurencombinaties verkrijgbaar zijn en kreeg bruinleren stoelen en een klapbankje achterin. Helemaal luxueus en vooruitstrevend was de ingebouwde drukknoppenradio van Telefunken. Maar nauwelijks was de inkt op de overeenkomst droog of het noodlot sloeg toe. In de vroege ochtend van 23 juli 1949 ging de werkplaats in Wülfrath nabij Wuppertal in vlammen op. Onderhandelingen met Wolfsburg over een vervolgorder en auteursrechten liepen spaak en Hebmüller vertraagde de productie drastisch. Uiteindelijk zouden er op vier jaar tijd 693 exemplaren van de Typ 14A uit de fabriekshal rijden. Hebmüller kwam de brand nooit te boven en sloot finaal de deuren in 1952. Een einde in stilte, lang voor de tweekleurige Volkswagen erg gegeerd zou worden bij verzamelaars.

Amper een kleine honderd Hebmüllers hebben de tand des tijds overleefd, waaronder deze gehavende, zonder koplampen en bumper. Het is een van de 319 exemplaren die in 1950 zijn gemaakt. Ivan Mahy kocht hem halfweg de jaren 1970 van Werner Schaub, een textielfabrikant uit het Zwitserse dorpje Vordemwald die een bescheiden autocollectie had. De Schaubs hadden Ghislain Mahy jaren eerder leren kennen op een rally en hielden wel vaker interessante auto’s aan de kant voor hun Gentse vriend. Mahy telde 1000 Zwitserse frank neer voor de Hebmüller, niet eens een fractie van wat hij nu waard is.

Auto  Volkswagen
Model/type  Typ 14A
Koetswerk  Hebmüller
Bouwjaar  1950
Kleur koetswerk  Bruin-groen
Motor  4 cilinder luchtgekoeld
Cilinderinhoud  1131 cc
Versnellingsbak  Manueel

© IJV-IFAS – Alle rechten voorbehouden  |  Algemene voorwaarden  |  Privacy  |  Disclaimer